Welke testen zijn er om Lyme te detecteren?

 in Diagnose, Education, Health, ILADS, ILADS

Elisa-test
De Elisa-test is de test die het meest gebruikt wordt om Lyme te detecteren. De eerste test die de huisarts zal doen. De test detecteert antilichamen voor Borrelia burgdorferi. In een studie door het ‘College of American Pathologists’ werden 516 labo’s getest. Het resultaat was verschrikkelijk. Er waren bijna evenveel vals positieve als vals negatieve. De test was 55% inaccuraat. Dus enkel in 45% van de gevallen was het resultaat juist.

De nieuwere C6 Lyme Peptide ELISA is een versie die veel betere resultaten zou moeten afleveren. Deze test wordt onder andere gedaan door de universiteit van Luik. Volgens Dr. Burrascano van ILADS is deze test niet beter dan de gewone ELISA-test.

De Elisa-test is het bewijs dat het immuunsysteem te maken heeft gehad met Borrelia. Het is alleen geen bevestiging dat er nog steeds een actieve infectie gaande is. In vele studies is beschreven dat maar 20% van de patiënten die een Borrelia-infectie hebben opgelopen, ook antistoffen hadden ontwikkeld tegen de Borrelia. Recent geleden gebruik van antibiotica, cortison of andere immuun-onderdrukkende middelen of een zwak immuunsysteem kunnen zorgen voor een negatieve Elisa-test.

De Elisa-test is geen betrouwbare test.


Western Blot
Western-Blot wordt gebruikt als bevestiging van de Elisa-test. De Western-blot test is een biochemische techniek waarmee een specifiek eiwit in een mengsel van eiwitten door middel van antilichamen gedetecteerd kan worden. Zo krijg je een strook met banden (strepen), deze banden staan voor de verschillende antilichamen (34, 39, 41,…) Sommige van deze banden zijn specifiek voor Lyme andere weer niet. Ook zijn sommige banden (de beste) er uit gelaten i.v.m. een vaccin die achteraf niet goed bleek te werken (band 31 & 34)! De Western-blot is een betere techniek dan de ELISA-test en met de Western-blot kan je eventueel ook de banden interpreteren, maar dan krijg je een subjectieve test. Ook is de test afhankelijk van welke borrelia-stam je gebruikt, als er meerdere stammen gebruikt worden kan de sensitiviteit verhogen. Er is sowieso heel wat verschil tussen Western-blot testen van verschillende labo’s. (zelfde probleem als met de Elisa-test)

Deze test kan gebruikt worden voor het vaststellen van het type behandeling en geeft ook aan of de infectie recent of langer geleden heeft plaats gevonden. Typische ‘oude banden’ die specifiek zijn bij Borreliose zijn o.a. p 18, p 28/29, Osp A/p31, OspB/p 34, BmpA/p 39, p 83, p 100. Er zijn veel patiënten die zowel met de Elisa-test als met de Western Blot geen antistoffen of specifieke banden laten zien. Dit is vaak te wijten aan patiënten met een zwak immuunsysteem, of een gebrek aan immunoglobine.  

Het mechanisme van de Borrelia om zichzelf onzichtbaar te maken door te veranderen van vorm (L-vorm, cystevorm of biofilm) kan ervoor zorgen dat het immuunsysteem de Borrelia niet herkent. Ook kan het zijn dat de Borrelia in al zijn vormen diep in de weefsels zit met weinig bloedvaten waardoor het zich ook niet zichtbaar maakt voor het immuunsysteem en de testen. Hetzelfde geldt voor het vermogen van de Borrelia om zichzelf te vermommen door het gebruik van een menselijke cel en op deze manier kan het immuunsysteem hem niet herkennen als een vreemd antigeen.

De Westernblod is geen betrouwbare test.


LTT Elispot (Lymfocieten)
De Lymfocyten Transformatie Test LTT bepaalt in tegenstelling tot de ELISA en Western Blot niet het humorale maar het cellulaire immuun-antwoord. Deze test is evenals de ELISA en Western Blot geen directe bepaling van een infectie en kan daarom ook niet definitief een borreliose aantonen. Het testprincipe berust op het samenbrengen van het patiënten bloed met specifieke Borrelia-antigenen (Osp A) om een reactie vast te stellen met de T-lymfocyten. T-lymfocyten hebben een geheugenfunctie en als deze blootgesteld waren aan Borrelia dan zullen zij dus reageren (tov andere die niet reageren). Op deze wijze bepaalt men een “stimulatie-index” SI. De T-lymfocyten hebben een kort leven 4-6 weken en T-lymfocyten die borrelia herkennen verdwijnen dus terug als de lyme-infectie verdwijnt. Dus de LTT-test kan gebruikt worden om het succes te meten van een behandeling en om te meten als er een actieve besmetting is. Dat in tegenstelling tot de ELISA-test waar antilichamen nog lang aanwezig kunnen zijn, of nog niet aanwezig zijn bij de start van de infectie. De test zou 90% terecht positieve uitslagen hebben en 99% terecht negatieve uitslagen. Dit is stukken beter dan de ELISA-test, maar nog altijd slechter dan bv de HIV-test.

De LTT Elispot is de meest betrouwbare test op het moment.


PCR
De Polymerase Chain Reaction of polymerasekettingreactie is een manier om uit zeer kleine hoeveelheden DNA een of meer gedeeltes te multipliceren tot er genoeg van is om het te analyseren. Dankzij de PCR-techniek kan men nu het DNA in een monster vermenigvuldigen, zonder dat er een lange kweekperiode bij te pas komt. Het PCR-apparaat is niets meer dan een heel nauwkeurig verwarmings- en koelapparaat met daarin de buisjes met het DNA-monster en andere ingrediënten die noodzakelijk zijn voor de reactie. De sensitiviteit van PCR is vrij laag, maar de selectiviteit is hoog. Een positieve PCR is vrijwel bewijzend voor een actieve infectie.

Een negatieve PCR-test sluit de diagnose echter niet uit omdat afwezigheid van het DNA in het onderzochte materiaal niet uitsluit dat dit DNA wel elders in het lichaam van de patiënt aanwezig is. Er zijn dan ook veel vals-negatieven!

Voor het goed uitvoeren van deze testen is veel ervaring en goed uitgerust lab nodig. Borrelia-DNA wordt slechts  in een klein percentage in het bloed of liquor gevonden omdat de bacterielast laag is en bacteriën zich vaker diep in de weefsels bevinden. PCR is ook altijd een afweging tussen sensitiviteit en specificiteit. Te specifiek kan te weinig positieve resultaten opleveren, te weinig specifiek kan er voor zorgen dat bv de PCR positief is op andere spirocheten. PCR-testen zijn de testen van de toekomst. Er wordt aangenomen dat Elisa en Western-blot (onrechtstreekse testen) stilaan zullen verdwijnen.

Omdat de PCR geen verschil kan maken tussen dode of levende Borrelia is het wetenschappelijk niet helemaal duidelijk of een positieve PCR ook betekent dat het nog om een actieve infectie gaat.

Door het proberen om de genetische vingerafdruk van Borrelia op te sporen, kan deze PCR methode aantonen dat er sprake is van de Borrelia in al zijn vormen (L-vorm, cyste vorm). Dit kan met bloed, uitstrijkjes van bloed, huidmonsters en lumbaalvocht.

Ook kan deze methode gebruikt worden bij het onderzoeken van de teek zelf, op DNA van Borrelia en het DNA van andere ziekteverwekkers die de teek bij zich kan dragen.

Een PCR test raden wij daarom niet aan. De kans dat de Borrelia niet in het afgegeven bloed zit is groot. U kunt wel een besmette teek opsturen naar Pro Health om de teek te laten onderzoeken.


Lumbaalpunctie
Bij een lumbaalpunctie wordt voor onderzoek via een ruggenprik wat hersenvocht uit je lichaam gehaald. De ruggenprik wordt met een dunne holle naald uitgevoerd. Hersenvocht is het vocht dat om je hersenen en ruggenmerg heen zit. Het hersenvocht wordt gebruikt om de samenstelling te onderzoeken . Het onderzoeken van hersenvocht wordt ook wel liquor onderzoek genoemd. De samenstelling van het hersenvocht kan veranderen bij sommige aandoeningen. De arts kan tijdens de ruggenprik ook de druk van het hersenvocht meten.

Analyseren van het lumbaalvocht in latere stadiums van een Borrelia-infectie geeft vaak geen positief resultaat omdat de Borrelia bij deze methode niet altijd een infectie-antwoord geeft. Soms kan er echter een verstoring in de barriere van het hersenbloed gevonden worden met verhoogde proteine en albumine concentraties.  Indien na een Borrelia-infectie er geen anti-stoffen en/of specifieke Borrelia-banden gevonden worden in het lumbaalvocht, sluit dit een chronische Borreliose niet uit, of beter gezegd, het sluit niet uit dat er een chronische Borreliose met neuro-psychische symptomen aan de orde is.

Het is een nare test. Waarom een lumbaalpunctie uitvoeren terwijl er een LTT Elispot is? Er zijn patiënten die een enorme klap hebben gehad na het laten uitvoeren van een lumbaalpunctie.


Bacteriekweek
De bacteriekweek vindt alleen plaats in speciaal geoutilleerde laboratoria. Het is uiterst moeilijk om spirocheten te kweken en het is tot op heden nog niet gelukt om Treponema pallidum (de spirocheet die syfilis veroorzaakt) in vitro te kweken. Bij de Borrelia duurt het kweken, vanwege de lange generatietijd, erg lang. Omdat bij Borrelia burgdorferi de genen voor biochemische reacties afwezig zijn, is er weefsel voor in vitro kweek noodzakelijk. Het is dan ook niet gebruikelijk om een kweek te laten doorvoeren.


LUAT
De LUAT Lyme urine antigentest baseert zich op het aantonen van de Borrelia proteïne in de urine. De methode is niet officieel erkend en schijnt veel fout positieven te geven. De test wordt vooral in de VS gebruikt. Recente varianten hiervan zijn de LDA Lyme DOT-BLOT Assay wat direct het Borrelia antigeen aantoont en de RWB Reverse western blot als antigenen test.


CD57
Met de CD57 waarde wordt gekeken hoe actief een infectie is. Lyme onderdrukt de natural killer cellen zoals de CD57. Chronische Lymepatiënten hebben vaak lage aantallen. Als deze patiënten behandeld worden met antibiotica en de waarden stijgen is dat een teken dat de behandeling aan lijkt te slaan. De CD57-test is dus een onrechtstreekse manier om te zien als een Lyme-infectie actief is en hoe erg. Het is een marker voor een chronische infectie in het algemeen.

De cd57 raden wij aan tezamen met een LTT elispot


Donkerveld microscopie
DFM (Dark Field Microscopy) analyseert vers bloed. Een druppel bloed wordt uitgesmeerd op een plaatje voor een uitstrijkje. Het bloeduitstrijkje wordt dan geobserveerd voor meerdere dagen om te zien of er veranderingen zijn. Bij een borrelia-infectie (!) kunnen na een tijd intracellulaire spirocheten zichtbaar worden.

In een verse Borrelia-infectie zullen de spirocheten meteen te zien zjin. Bij een chronische infectie kan het meerdere uren tot dagen duren voordat de spirocheten zichtbaar worden, omdat het even tijd kost tot ze uit de cellen komen. Het is bekend dat de Borrelia zichzelf door weefsel en ook bloedcellen kan boren binnen een paar uur al na de infectie. In de standaard medische literatuur is de donkerveldmethode een testmethode die gebruikt wordt om de aanwezigheid van de Treponema pallidum , de spirocheet die de Syfillis infectie veroorzaakt, te bewijzen. Het kost ongeveer 10 dagen met de donkerveld microscoop om nog overgebleven Borrelia bacteriën te kunnen vinden na een behandeling met antibiotica. Helaas wordt deze methode niet meer gebruikt door laboratoriums ook al deden ze dat in het verleden wel om de spirocheet die Syfilis veroorzaakt te tonen.

Het kan zijn dat er niets te zien is terwijl u wel de bacterie draagt. De kundigheid van de microbioloog is belangrijk.

 

Extra uitleg over antilichamen testen (ELISA & WB)
Lyme-borreliose is een klinische diagnose. Bij een EM als gevolg van een tekenbeet is verder onderzoek niet noodzakelijk. De kring toont aan dat u besmet bent!

Echter in vele gevallen is het niet zo eenduidig. Als de patiënt zich geen tekenbeet herinnert en bovendien geen EM heeft gehad of dit al lang geleden is, dan zal de arts ter ondersteuning van zijn vermoedelijke diagnose een bloedtest laten uitvoeren.

Aangezien het direct aantonen van de bacterie door middel van een kweek niet mogelijk is, zo’n onderzoek zou weken tot maanden duren, wordt overgegaan tot een indirecte methode. Bij deze indirecte methode worden de antilichamen tegen de Borrelia burgdorferi bacterie aangetoond.

Immunoglobulinen (afgekort Ig) of antilichamen, zijn eiwitten, die na contact van het organisme met een antigeen worden geproduceerd en als antistoffen in het bloed, weefselvloeistoffen en lichaamssecreten (o.a. speeksel, traanvocht, neusslijm) aanwezig zijn. Ze zorgen voor de humorale immuniteit en worden ingedeeld in vijf klassen: IgA, IgD, IgE, IgG en IgM. Deze worden allemaal aangemaakt door B-lymfocyten, maar onder verschillende omstandigheden:

IgA zit vooral in de lichaamssecreten.

IgD komt voornamelijk voor als receptor op het membraanoppervlak van B-lymfocyten.
IgE zit op de slijmvliezen en zit meestal vast op basofiele granulocyten, die histamine produceren bij binden aan antigen.
IgG komt overeen met 80% van het antilichaamgehalte van het bloed. Bij de secundaire immuunrespons wordt overgeschakeld op de aanmaak van IgG. Het speelt een rol bij de bescherming van de foetus omdat het de placenta kan passeren en is ook een belangrijk antilichaam bij de afweer tegen bacteriën en virussen.
IgM wordt als eerste antilichaam in de immuniteitsreactie gevormd en is vooral betrokken bij reacties tegen bacteriën en virussen. Na enkele dagen tot weken wordt vervolgens IgG geproduceerd.

Op een vereenvoudigde manier kan de antilichamendetectie als volgt worden voorgesteld. De borrelia bacterie heeft aan de buitenzijde van de celwand bepaalde eiwitten, de “Outer surface protein” (Osp) of antigenen genaamd. Er zijn veel verschillende antigenen, er zijn er die zich op de achtergrond houden en er zijn er die zich nadrukkelijk manifesteren, de zogenaamde dominante antigenen. Het immuunsysteem herkent de bacterie aan de antigenen wanneer deze het lichaam binnendringt en produceert dan antilichamen tegen deze antigenen. De antilichamen binden specifiek aan de antigenen en er ontstaan immuuncomplexen, die door de fagocyten herkend en vernietigd worden. Door dit afsterven zullen er minder bacteriën zichtbaar zijn voor het immuunsysteem, waardoor de productie van antilichamen afneemt. In het begin van de infectie zullen er dus veel antigenen zijn, maar weinig antilichamen. Vervolgens vormen de geproduceerde antilichamen immuuncomplexen met de in overvloed aanwezige antigenen, zodat er geen vrije antilichamen meer aanwezig zijn.

De belangrijkste immunologische testen die gebruikt worden voor het aantonen van borrelia-antilichamen zijn de EIA (enzyme immunoassay) en de western blot. De eerste is een semi-kwantitatieve test, waarbij gekeken wordt of er antilichamen tegen Borrelia voorkomen in het serum of CSF. De tweede is een kwalitatieve test waarbij differentiatie plaatsvindt van de verschillende antilichamen.

Een negatieve antilichamentest geeft dan ook slechts aan dat op het moment van de monstername geen vrije antilichamen boven het detectie niveau konden worden aangetoond in het monster met de betreffende methode. Volgens de FDA moet een negatieve antilichamentest niet gebruikt worden om een infectie met Borrelia burgdorferi uit te sluiten als oorzaak voor de ziekte.

Alle thuistesten die te koop zijn in de winkel zijn absoluut niet betrouwbaar!! Deze zouden uit de schappen gehaald moeten worden. 


Conclusie: Wij raden aan om een LTT Elispot + CD57 test te doen bij Arminlabs of BCA-Labs (Infectolab).

U kunt bij beide labs een prikset aanvragen, bloed prikken en binnen 24 uur terugsturen.

  1. Arminlabs Augsburg: file:///C:/Users/desire/Downloads/115-Reduced-     price-Order-Form%20(2).pdf
    LTT Elispot 141.44 euro en cd57 98.54 euro.
    Email: info@arminlabs.com
    http://www.arminlabs.com/en
  2. Infectolab = BCA-Labs Augsburg: http://www.bca-lab.de/wp-content/uploads/2015/09/17b2-Laborauftrag-englisch-mit-Kreditkarte-10-2015.pdf
    LTT Elispot 184,49 euro en cd57 106.68 euro
    Email: info@bca-lab.de
    http://www.bca-lab.de/

Alle andere LTT testen zijn minder betrouwbaar gebleken.


Joanne Whitacker en Lida Mattman
Prof. JoAnne Whitaker (1927-2008) te Florida, kinderarts, hematoloog, oncoloog, psychiater en voedingsdeskundige slaagde er begin 21e eeuw in Borrelia intracellulair te fotograferen en ontwierp de Quantative Rapid Identification of Bb (Q-RIBb test).

Hiermee kon Borrelia voor het eerst kwalitatief en kwantitatief als antigeen worden aangetoond in alle weefsels en lichaamsvloeistoffen!
Zij (zelf ook een Lyme patiënte) is haar eigen test (met USA patent #
6838247 B2) gaan toepassen in haar eigen laboratorium.
Zij ontdekte dat het steeds moeilijker wordt om bloed te vinden dat vrij is van Borrelia. De meeste Lyme patiënten weten niet dat ze besmet zijn met Borrelia en krijgen andere ‘diagnoses’, met alle gevolgen van dien.

Deze ontdekking kwam haar duur te staan. Zij mocht haar werk niet voortzetten …

Haar laboratorium werd de noodzakelijke “CLIA (Clinical Laboratory Improvement Amendments) status” ontnomen, hetgeen concreet betekende dat ze diende te stoppen, omdat ze niet meer legaal bezig zou zijn.
Zij raakte op hoge leeftijd verwikkeld in moeizame bureaucratische procedures, zij heeft haar werk niet meer kunnen voortzetten.
Zij is op 5 december 2008 overleden.

Prof. Lida Mattman (1912-2008), microbioloog, heeft ruim een halve eeuw spirocheten bestudeerd en werd in 1988 genomineerd voor de Nobelprijs. Zij schreef “Cell Wall Deficient Forms –Stealth Pathogens”.
In haar boek beschrijft zij o.a. de veelvormigheid of pleomorfie van Borrelia en ander eencellig leven en de bijzondere betekenis van het ontbreken van een celwand.

Net zoals JoAnne Whitaker, had ook prof. Lida Mattman een uitstekende antigeentest tegen Borrelia ontwikkeld, n.l. de “Gold Standard Culture Method”.
Mattman werd door de autoriteiten gevraagd de betrouwbaarheid van de Whitaker’s Q-RIBb-test te toetsen middels haar eigen methode.
Lida Mattman kon alle resultaten van Whitaker voor 100% bevestigen en daarna heeft het Michigan’s State Attorney General’s Office haar gedwongen om haar testmethode te staken op straffe van detentie of een boete van $ 5000,- per dag. De politie heeft haar (ruim negentig jaar oud) hierbij zelfs met eenvuurwapen bedreigd.

Beide testmethodes van beide hooggeleerde en gerespecteerde dames zijn na hun overlijden in 2008 geruisloos van de aardbodem verdwenen.
En dat terwijl diverse min of meer primitieve antistofbepalingen tot op de huidige dag over de hele wereld nog steeds in gebruik zijn …

Artsen én patiënten werden en worden misleid, bij voorkeur in stilte, maar
waar nodig met vormen van juridisch of ander geweld.

Aanbevolen berichten

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.