De co-infecties van de ziekte van Lyme

 in Lyme

De Borrelia bacterie komt nooit alleen. Teken dragen meerdere bacteriën en virussen bij zich die ook overgedragen kunnen worden tijdens de beet.

Bartonella
Bartonella infecties vallen in de categorie van Tuberculose.
 Het heet ook wel de Kattenkrabziekte omdat 65% van de katten dit bij zich dragen en over kunnen brengen op de mens.

De meest bekende vorm van Bartonellose is Kattenkrabziekte, die wordt veroorzaakt door Bartonella henselae.
 Nadat iemand is gekrabd door een kat die met Bartonella henselae is besmet, kunnen de bacteriën de wanden van de bloedvaten infecteren. De ziekte kan echter ook worden overgedragen door een met Bartonella besmette teek, na een bloedmaaltijd op een besmette kat of ander dier.
Typische klachten zijn pijn onder voetzolen, ineens strepende
huiduitslag of een zwelling onder je oksel of lies met pus erin.

De meest bekende stammen zijn Bartonella henselae, Bartonella quintana en Bartonella bacilliformis. Het vermoeden bestaat dat de door teken overgebrachte Bartonella mogelijk door een andere onbekende stam van Bartonella wordt veroorzaakt. Dit verklaart ook dat deze variant vaak niet door de testen herkend wordt. O.a. Bartonella schoenbuchii is een mogelijke kandidaat.

Symptomen:
 De Kattenkrabziekte heeft een incubatietijd van 3 tot 20 dagen. Het begint vaak met één of meerdere knobbeltjes (2-3 mm) op de huid in de buurt van de krab of beet. Dit worden al snel blaasjes waarop zich na enkele dagen een korstje kan vormen. Hierna verdwijnen de plekjes weer. Soms heeft men dit niet eens gemerkt. Na ongeveer twee weken kunnen de lymfeklieren groot en pijnlijk worden. Deze lymfeklierontsteking kan weken tot maanden aanhouden (gemiddeld 6 weken), maar verdwijnt uiteindelijk meestal spontaan.
Bij een deel van de patiënten gaat de ziekte in de eerste dagen tot weken gepaard met koorts, hoofdpijn, spier- en gewrichtspijn, misselijkheid, koude rillingen en algemeen ziek zijn. Klachten als pijn aan het scheenbeen, gewichtsverlies, keelpijn, huiduitslag worden ook gemeld. Een specifiek vermelde klacht is pijn onder de voetzolen. Bizarre neurologische symptomen (soms), epileptische insulten (soms), lever- en miltaandoeningen, neuroretinitis (verandering van de gezichtszenuw in weefsel, waardoor gedeeltelijke blindheid kan ontstaan), aseptische meningitis en endocarditis worden eveneens genoemd. Bij 2 % van de patiënten kan de ziekte leiden tot een hersenvliesontsteking, waarbij men een verlaagd bewustzijn of zelfs coma en stuipen kan krijgen.
 Bij mensen met een verminderde weerstand verloopt de ziekte vaak ernstiger. Hierbij vindt men in eerste instantie vaak knobbeltjes en bloedingen in de huid, lever en milt. Deze kunnen met koorts en algemeen ziek zijn gepaard gaan en soms zelfs tot de dood leiden.

Behandeling van Bartonella is niet eenvoudig. Enkele antibiotica zijn werkzaam gebleken tegen kattenkrabziekte. Gentamicine, rifampicine en ciprofloxacine worden genoemd. De ziekte kan spontaan genezen, mits de patiënt geen andere tekeninfectie heeft. De ziekte is moeilijk vast te stellen via bloedonderzoek. Wat testen betreft geldt eigenlijk dezelfde problematiek als bij Lyme-Borreliose.

Babesia
Babesiosis, ook babesiose, tekenkoorts of piroplasmose genoemd, is een infectie die wordt veroorzaakt door de parasiet Babesia. Er zijn meerdere stammen van Babesia bekend. Babesia is een protozoa, vergelijkbaar met de veroorzaker van malaria. Babesiosis en Lyme-Borreliose worden beiden door de teek overgebracht. Infectie bij dieren met deze parasiet komt het meest voor, maar ook mensen kunnen worden geïnfecteerd. Na een tekenbeet bedraagt de incubatieperiode één tot drie weken, hoogstens zes weken. Na een bloedtransfusie kan dit zelfs 9 weken zijn.

Babesia leeft in rode bloedcellen en vernietigt deze. Dit leidt tot koorts, hoofdpijn en,  spierpijn. De afbraak van de bloedcellen kan bloedarmoede veroorzaken.
Bij normaal gezonde mensen volgt zonder therapie vaak binnen twee tot drie weken een volledig herstel. Bij mensen met een verminderde weerstand, zoals personen zonder milt, personen met een HIV-infectie, personen die corticosteroïden gebruiken of bij een gelijktijdige Borrelia-infectie en bij ouderen kan de infectie tot ernstige problemen leiden en zelfs fataal zijn. Tot voor kort beperkte deze aandoening zich in Europa tot de warme en in mindere mate tot de gematigde gebieden op aarde. In de VS is het een epidemie en wordt het verspreid via de bloedbanken.

Symptomen:
Ernstige malaise en vermoeidheid (uitputting), ernstige dag en nacht zweetaanvallen, hoge koorts en koude rillingen, zwakte, gewichtsverlies, misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, hoesten, kortademigheid, ernstige hoofdpijn, spierpijn, stijve nek en rug, duizeligheid, anemie (bloedarmoede), donkere urine of bloed in de urine en ernstige neuro-psychiatrische symptomen.

Ehrlichia (Anaplasma)
De ziekte Ehrlichiose of Anaplasma wordt veroorzaakt door een bacterie. Ehrlichia spp kan door teken worden overgedragen. Deze bacterie is in Nederland al lang bekend bij diergeneeskundigen als overbrenger van ziekten bij kleine herkauwers, runderen en paarden. Het betreft dan Ehrlichia phagocytophila en Ehrlichia equine.
 Bij de mens kunnen twee vormen van Ehrlichiose voorkomen, de Humane Monocytaire Ehrlichiose (HME) en de Humane Granulaire Ehrlichiose (HGE).
HME, welke wordt veroorzaakt door de bacterie Ehrlichia chaffeensis, is voor het eerst aangetroffen bij de mens in de jaren tachtig in Amerika. In Europa is deze ziekte nog niet waargenomen. HGE wordt echter sinds enkele jaren in Europa en sinds kort (1999) ook in Nederland aangetroffen. Omdat nog onbekend is welke Ehrlichia soort nu precies verantwoordelijk is voor HGE bij de mens, wordt de ziekteverwekker aangeduid met Ehrlichia spp. De bacterie vestigt zich in de witte bloedlichaampjes en vermindert de weerstand van de mens.

Symptomen
:
Symptomen, die zich meestal 1 tot 2 weken na de tekenbeet openbaren, zijn: zware hoofdpijn, koorts, spierpijn en spierkrampen, gewrichtspijnen, maagklachten, verminderde eetlust en gezwollen lymfeklieren.
De duur van de koorts is 2-11 dagen. Andere minder vaak voorkomende symptomen zijn: misselijkheid, buikpijn, diarree en hoesten. Verder worden genoemd: duizeligheid, braken, verwardheid, huiduitslag, stollingsstoornissen vaak samen met trombopenie (verlaagd aantal bloedplaatjes), anemie (bloedarmoede), leukopenie (verminderde witte bloedcellen), verhoogde lever-enzymen en Splenomegalie (milt-vergroting). Aantasting van het centraal zenuwstelsel; bizarre neurologische symptomen.

Ehrlichiose kan goed behandeld worden met een antibioticum. In geval van Lyme-Borreliose moet deze infectie gelijktijdig mee behandeld worden.

FSME (Fruh Sommer Meningo Encephalitis)
FSME ook wel bekend als TBE (Tick Borne Encephalitis) of TBD (Tick Born Disease) wordt veroorzaakt door een virus en is een ontsteking van hersenen of hersenvlies.

Symptomen:
De ziekte verloopt in twee fasen.
De eerste fase begint met griepverschijnselen, koorts en hoofdpijn. Dit duurt ongeveer 5 tot 10 dagen. Daarna heeft men een klachtenvrije periode van 4 tot 10 dagen. Ook bij deze infectie verloopt het grootste gedeelte ervan zonder dat men het merkt. Soms heeft men echter een licht griepgevoel.
De tweede fase is de ontsteking van hersenen en hersenvlies. Bij een deel van de geïnfecteerde mensen treedt de tweede fase op, waarvan 3 -5 % blijvende neurologische aandoeningen (verlamming, doofheid, hoofdpijn) overhouden. Een tot twee procent overlijdt zelfs aan FSME.
Ongeveer in de helft van de gevallen houdt men blijvend letsel aan de ziekte over.

FSME komt verspreid over Europa voor, zoals in Oost-Europa, Scandinavië, Midden-Europa, Zuid-Duitsland en Frankrijk.
Aangezien het FSME-virus zich in de speekselklier van de teek bevindt, wordt het virus al bij aanvang van het bloed zuigen op de mens overgebracht.

Bij FSME is het, in tegenstelling tot de ziekte van Lyme, wel mogelijk om je vooraf te laten inenten. De behandeling vergt drie inentingen met het middel FSMEimmun®, die verdeeld over een jaar worden toegediend en vervolgens 3 jaar bescherming geven. Iedere 3 jaar is een nieuwe injectie nodig.
Omdat de ziekte wordt veroorzaakt door een virus is een behandeling met antibiotica niet zinvol.

Rickettsia
Rickettsiose is de verzamelnaam van ziekten veroorzaakt door bacteriën van het geslacht Rickettsia, intracellulair levende kleine bacteriën waarvan een aantal soorten beschreven zijn. Ziekten uit het bacteriegeslacht Rickettsia worden overgebracht door geleedpotigen, zoals luizen, mijten, teken en vlooien. Ze veroorzaken bij mensen een groot aantal ziekten waaronder vlektyfus, Rocky Mountain spotted fever, de Ziekte van Brill-Zinsser en Fièvre Boutonneuse.

Rocky Mountain spotted fever
Rocky Mountain spotted fever is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Rickettsia rickettsii. Mensen raken besmet met deze bacterie via een tekenbeet van een teek die de bacterie bij zich draagt en kunnen daar ernstig ziek van worden. Rocky Mountain spotted fever is een ernstige infectieziekte, waarvoor meestal opname in een ziekenhuis noodzakelijk is. Ondanks behandeling overlijdt 3 tot 5% van de besmette personen aan de ziekte.

Symptomen:
Meestal manifesteert de ziekte zich binnen twee weken na een tekenbeet. Op de plek van de beet ontstaat een zwarte of donkere korst en er verschijnt uitslag, die zich vanaf de voeten of handen snel over het hele lichaam verspreidt. Deze verschijnselen gaan gepaard met een plotseling opkomende hoge koorts, vermoeidheid, ernstige spierpijn, hoofdpijn of andere pijn. Bij lichamelijk onderzoek blijken de milt en de lever vaak vergroot te zijn. Een complicatie die kan optreden bij Rocky Mountain spotted fever is gangreen (afsterven van weefsel als gevolg van verminderde bloedtoevoer) in de vingers en tenen. Als dit niet tijdig behandeld wordt, kan het nodig zijn de aangetaste delen operatief te verwijderen.

Een andere mogelijke complicatie is parotitis, een infectie van de oorspeekselklier. In ernstige gevallen kunnen longontsteking en nierfalen optreden.

Behandeling:
Rocky Mountain spotted fever is te behandelen met antibiotica als tetracycline of doxycycline. Wanneer er vroeg wordt begonnen met de behandeling is er goede kans op genezing.

Fièvre Boutonneuse
In de landen rondom de Middellandse Zee komt Fièvre Boutonneus vrij frequent voor. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Rickettsia connorii. In onze streken wordt de ziekte zo nu en dan geïmporteerd uit het Middellandse-Zeegebied. De mens kan de infectie ook oplopen bij het verwijderen van teken bij huisdieren, zoals de hond. Zeer recent werd gevonden dat 20% van de onderzochte Nederlandse teken Rickettsia helvetica bevatten.

Symptomen:
Op de plaats waar de teek gebeten heeft, ontstaat een zweertje (tâche noire). Vaak zijn ook de lymfeklieren gezwollen. Meestal raken daarbij kleinere bloedvaten ontstoken, die dan verstopt kunnen raken en/of inwendige bloedinkjes veroorzaken. Hoofd-, spier- en gewrichtspijnen treden op, vaak gepaard met bloeddrukverlaging en soms met neurologische afwijkingen en verstoring van de nierfunctie. Na 4 tot 5 dagen ontstaan rode vlekjes, meestal ook op handpalmen en voetzolen. De koorts die ontstaat na 5-7 dagen kan gepaard gaan met koude rillingen, is matig hoog of hoog en verdwijnt snel na behandeling met antibiotica.
Antibiotica kunnen worden ingezet. De ziekte is meestal niet ernstig en geneest in de regel normaal. (Lymevereniging.nl)

Chlamydia pneumoniae
Chlamydia pneumonia is een intracellulaire bacterie die net zoals Lyme drie levensvormen kent. Het kan zelf geen energie aanmaken en kidnapt deze van zijn gastheer, de mens. Dat geeft vaak extreme uitputting maar er kan ook brandende pijn zijn in de borstkast of botten en spieren.
Chlamydia pneumonaie is besmettelijk, het zweeft in de lucht en is overal om ons heen. Via de luchtwegen komt het in de longen terecht waar het het longweefsel infecteert. CPN kan via de longen verder verspreid worden naar andere lichaamscellen. Hier kan het groeien in de cellen van de gastheer. CPN steelt energie uit de cellen om te groeien (ATP).
Ook kan het verder verspreiden naar (bind)weefsels, zenuwweefsels, hersenen, spieren, macrofagen, etc. Het infecteert de endotheelcellen, cellen die in de aderen en de lymfevaten aanwezig zijn.

Symptomen:
Longontsteking, meningo-encefalitis, artritis, myocarditis, pijn in bindweefsel (fybromyalagieklachten), astma, infecties luchtwegen, bronchitis, MSklachten, guillian barre, Alzheimerklachten en atherosclerose, kortademigheid en continu slijm.

CPN kan ernstig verlopen bij immuungecompromiteerde personen. Eenmaal in de cellen en weefsels kan CPN een chronische aandoening worden. Met antibiotica is CPN moeilijk te bestrijden. Het heeft een levenscyclus in 3 fasen, kan intracellulair verblijven en resistentie wordt verworven door gen-overdracht.

Q-koorts
Q koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetii.
De besmetting verloopt bij de mens waarschijnlijk via de luchtwegen, maar ook teken mogen niet als besmettingsbron over het hoofd worden gezien.
Besmetting via het maag-darm kanaal door het consumeren van rauwe melk of daaruit bereide producten (boter, kaas jonger dan 6 weken) of door het eten van onvoldoende verhit besmet vlees is eveneens mogelijk.

De mens kan niet alleen besmet worden door koeien, schapen en geiten, maar ook door honden, katten en vogels. Besmetting kan optreden door inademing van besmet stof van stallen, weilanden, ruwe wol en dierhuiden, door direct contact met besmette dieren en door het nuttigen van besmette rauwe melk of onvoldoende verhitting van besmet vlees. De kans op besmetting is het grootst in de tijd dat jong vee geboren wordt: geboorterestanten zoals moederkoek en vruchtwater die niet adequaat en tijdig afgevoerd worden. Eén enkele bacterie is voldoende om besmet te raken. De incubatietijd is 9 tot 40 dagen.

Dieren kunnen in grote hoeveelheden C. Burnetii uitscheiden via de faeces, urine, melk, placenta en vruchtwater. Inhalatie van gecontamineerde stof afkomstig van stallen, weilanden, ruwe wol, huiden, kleding, etc. kan infectie veroorzaken.

De bacterie komt over de hele wereld voor. Vroeger werd de bacterie tot de Rickettsia gerekend.

Symptomen:
Griepachtige verschijnselen met plotselinge hoge koorts, waarbij klachten als pijn in de borst mogelijk en ook hartklachten mogelijk zijn . Verder worden hevige hoofdpijn, koude rillingen, zweten, spierpijn, misselijkheid en braken, diarree, genoemd. Sommige patienten hebben ook aandoeningen aan de luchtwegen en een droge hoest. Ook gaat Q-koorts soms gepaard met bacteriele arthritis. 30% van de patienten met de chronische vorm heeft een verhoogde bloedbezinking en een verlaagde hartslag.

Een groot deel van de bevolking in Nederland (asymptomatisch) wordt in de eerste levensjaren besmet en er worden dan antistoffen ontwikkeld. Dit kan gemakkelijk tot stand komen door de aanwezigheid van een grote veestapel in Nederland, waarbij C. Burnetii onder gunstige klimatologische omstandigheden over grote gebieden aerogeen (via de lucht) verspreid kan worden.

De behandeling van een acute besmetting gebeurt meestal met antibiotica gedurende 2 tot 3 weken. Q-koorts geneest vaak spontaan. Tetracyclinen zouden, indien binnen de eerste drie ziektedagen toegediend, de koortsduur tot de helft verminderen. Het behandelingsadvies luidt om doxycycline 100 mg twee maal per dag te verstrekken voor de duur van 15 tot 21 dagen. De optimale behandeling van chronische Q-koorts en Q-koorts endocarditis staat niet vast, maar bestaat in het algemeen uit tetracycline in combinatie met rifampicine of trimethoprim-sulfamethoxazole, voor de duur van minimaal 2 tot 3 jaar.

Het Coxsackievirus
Het coxsackievirus is een enterovirus. Enterovirussen zijn zeer kleine virussen in de darmen en de ontlasting.
Er zijn twee hoofdgroepen coxsackievirussen: type A en type B. Onder deze hoofdgroepen vallen weer verschillende soorten coxsackievirussen. Het virus is vernoemd naar de plaats Coxsackie in de staat New York, waar het voor het eerst bij een patiënt werd vastgesteld.
Coxsackievirussen kunnen allerlei verschijnselen geven, variërend van koorts zonder andere verschijnselen tot keelpijn, diarree, braken, huiduitslag, aanvallen van spierpijn, leverontsteking en het ontsteken van het hartzakje. Bij baby’s verloopt een coxsackievirusinfectie soms zeer ernstig, met als gevolg bijvoorbeeld hersenvliesontsteking, bloedvergiftiging of longontsteking. Ook is het coxsackievirus de veroorzaker van hand-, voet- en mondziekte (niet te verwarren met mond- en klauwzeer).

De diagnose wordt gesteld met laboratoriumonderzoek, waarbij ontlasting, slijm uit de keel, urine of hersen- en ruggenmergvocht (liquor) worden onderzocht.
De behandeling is gericht op het bestrijden van de verschijnselen; het virus zelf kan niet worden aangepakt.
Een van de ziektebeelden veroorzaakt door het virus wordt de ziekte van Bornholm genoemd. Hierbij zijn het borstvlies en het longvlies ontstoken geraakt door het virus (pleuritis). Dit geeft een ernstige pijn op de borstkas, die in aanvallen kan optreden.

Yersinia
Deze bacterie kan de darmen en luchtwegen aantasten. De bacteriën van het genus Yersinia zijn gram-negatieve enterobacteriaceae. Van de 17 beschreven soorten staan er 3 als humaan pathogeen bekend: Yersinia pestis, Yersinia pseudotuberculosis en yersinia enterocolitica. Oorspronkelijk werden ze Pasteurella pestis genoemd naar Louis Pasteur. In 1940 werd de naam veranderd tot Yersinia naar Alexandre Yersin die in 1894 voor het eerst de bacterie Yersinia pestis, de verwekker van de pest, beschreef als medewerker van het befaamde Institut Pasteur.

Een infectie ontstaat na de inname van met de bacterie besmet voedsel of drank. Ook via een bloedtransfusie is een overdracht mogelijk. Het meest voorkomende besmette voedsel is rauw of niet voldoende verhit varkensvlees. Andere voedselwaren die in verband gebracht worden met het veroorzaken van yersiniose zijn niet gepasteuriseerde melk en melkproducten, vlees, tofu, oesters en vis. Ook rauwe groenten kunnen de bacterie op de oppervlakte met zich meedragen. Verder kunnen gepasteuriseerde melk en melkproducten kunnen vervuild raken met de bacterie omdat deze ook overleeft in een gekoelde omgeving. De belangrijkste dierlijke reservoirs voor deze bacterie zijn varkens, honden, schapen, knaagdieren en katten. De overdracht tussen mensen onderling en een feco-orale transmissie zijn niet bewezen en worden onwaarschijnlijk geacht.

Een infectie met Yersina enterocolitica presenteert zich gewoonlijk met diarree, lage koorts en buikpijn als voornaamste tekenen. Overgeven komt voor in ongeveer 15-40% van de gevallen. Enterocolitis is de meest voorkomende manifestatie van een Y enterocolitica infectie.

Het komt voornamelijk voor bij jonge kinderen van rond de 2 jaar. De incubatieperiode bedraagt 4 tot 6 dagen en de vroegste symptomen zijn lusteloosheid, hoofdpijn en gebrek aan eetlust. Vervolgens zal de patiënt een waterige diarree krijgen, alsmede koorts en abdominale pijn. Deze symptomen kunnen 1 tot 3 weken aanhouden maar enterocolitis kent doorgaans een zelflimiterend verloop. Vooral bij jonge kinderen maar ook bij volwassenen kunnen er in zeldzame gevallen ernstige complicaties optreden zoals acute appendicitis, ulceraties en inflammatie van de dunne darm, peritonitis, meningitis en cholangitis.

Bij oudere kinderen en jongvolwassenen komen voornamelijk acute pseudoappendicitis, adenitis en terminale ileitis voor. Deze aandoeningen hebben naast misselijkheid, overgeven en diarree ook de volgende mogelijke symptomen: koorts, abdominale pijn ter hoogte van het rechter onderste quadrant en leukocytose.

Bijna 10% van de personen met een niet gediagnosteerde symptomatische Y enterocolitica infectie bleken een laparotomie ondergaan te hebben wegens een vermoeden van appendicitis.
Meer zeldzame sequelae van een infectie zijn mogelijk. Een vorm van reactieve arthritis kan optreden in verschillende gewrichten, welke typerend 1 tot 2 weken na de maagdarmontsteking met Y enterocolitica en tot 4 maanden kan aanhouden. Nog zeldzamere gevolgen zijn myocarditis en glomerulonefritis.

Septicemie is een zeldzame complicatie waarbij de bacteriën zich buiten het gastro-intestinaal stelsel verspreiden tot in de bloedstroom. Dit komt meestal voor wanneer er sprake is van een onderliggende oorzaak of ziekte zoals diabetis mellitus, alcoholisme, ondervoeding, een immuundefect of een bloedziekte. Dit is een mogelijk levensbedreigende situatie die met spoed medische hulp vereist. Metastatische infecties na een Y enterocolitica septicemie zijn mogelijk; abcessen in de lever, nieren, milt of longen. Ook huidinfecties en laesies, longontsteking, hersenvliesontsteking, endocarditis en osteomyelitis komen voor.

Mycoplasma
Mycoplasma is een geslacht van bacteriën. Het is besmettelijk via hoesten en direct contact. Voor mensen met verminderde weerstand kunnen de gevolgen van een infectie met Mycoplasma ernstig zijn.

Symptomen: Vermoeidheid, koorts, gewrichtsklachten, spierpijn, slapeloosheid, hoofdpijn, angst en emotionele labiliteit, geheugen- en concentratieproblemen en verwardheid.
Voor behandeling kunnen antibiotica ingezet worden.

De bacteriën hebben geen celwand. Hierdoor zijn ze erg kwetsbaar. Er zijn meer dan 100 Mycoplasma-soorten bekend. Het zijn ziekteverwekkers (mycoplasmose) bij dieren. Bij planten komen de fytoplasma’s voor. Doordat ze geen celwand hebben is het ook niet mogelijk dat ze verhoudingsgewijs groot worden; het zijn de kleinste bacteriën die bekend zijn. De kolonies van de meeste Mycoplasma-soorten zien eruit als een spiegelei, enkele soorten zien eruit als een druppeltje water. Dit spiegelei-effect komt doordat deze Mycoplasma-soorten de eigenschap hebben om in de agar te groeien, waardoor een verdikking ontstaat in het midden van de kolonie. Ze zijn zo klein dat bij hun ontdekking wetenschappers dachten dat het om een nieuw soort virus ging. De kolonies van de Mycoplasma-soorten zijn zo klein dat ze niet met een lichtmicroscoop te zien zijn.

Mycoplasmata koloniseren slijmvliezen van de luchtwegen en de tractus urogenitalis. De flesvormige cellen van M. pneumoniae hebben een ‘terminal tip structure’ die verantwoordelijk is voor hechting aan celmembranen. De bacterie kan leukocyten en macrofagen binnendringen. Bij infectie van de trachea, bronchiolen en peribronchiale weefsels treft men purulent exsudaat in de luchtwegen aan, bestaande uit vooral polymorfnucleaire leukocyten. Er is infiltratie van de wand van bronchiën en bronchiolen met monocyten, vooral plasmacellen. Als gevolg van de infectie is er verlies van ciliën en complete desquamatie van ciliair luchtwegepitheel.

This page is also available in: English

Aanbevolen berichten

Laat een bericht achter

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.